EPSON MFP image

‘50PLUS: ‘de toekomst met het langste verleden’

50PLUS is de eerste partij die met de campagne voor de verkiezingen van 15 maart is begonnen. Daar waar de concurrentie nog de stilte van het Kamerreces verkiest, zijn de eerste twaalf kandidaten van de Tweede Kamerlijst met fractiemedewerkers de hele week bijeengekomen in een soort hotel in Teuge bij Apeldoorn om de tactiek te bespreken.

Ik hield mijn hart een beetje vast. We zouden toch niet een cursus mindfulness moeten ondergaan?  Of een nachtelijke wandeling in de bibberkou op de tonen van ‘Jo met de banjo en Mien met de mandoline?’

Het werd een geweldig gezellige en informatieve week. Van 9 uur ’s ochtends tot 11 uur ’s avonds. Door allerlei deskundigen werden we klaargestoomd op onze mogelijke toekomst en werden we volgepropt met vooral kennis over de zorg, de pensioenen en de veiligheid. Drie avonden kregen we debattraining in allerlei variaties van Gijs Weenink die sneller is dan Max Verstappen.

We moesten om toerbeurt koken. Ofschoon het team-Sazias met een heerlijke risotto kwam, beperkte de rest zich tot risicoloze macaroni, kip, toastje champignons, kopje soep en stamppot rauwe andijvie. Bij dit laatste gerecht moesten we kandidaat Theun Wiersma (plek 11) uit Fryslân toch echt duidelijk maken dat één rookworst per persoon misschien iets te veel is.  Mijn huishoudkennis werd alleen ingeroepen toen de kurketrekker op onverklaarbare wijze verdween en ik wel een trucje wist om de fles wijn op een andere wijze van zijn geestrijke vocht te beroven.

50PLUS wordt regelmatig weggezet als ouderenpartij. In werkelijkheid zijn wij de modernste partij van ons land. Wij zijn de politiek 2.0! De eerste twaalf kandidaten hebben in het verleden gestemd op CDA, VVD, PvdA, D66 of SP. Het is in de parlementaire geschiedenis nog nooit vertoond dat deze mensen van links tot rechts elkaar vinden in een relatief nieuwe partij met als hoofdthema’s: pensioenleeftijd en AOW terug naar 65 jaar en een betaalbare en goede zorg.

Sceptici zouden kunnen opmerken dat deze combinatie vroeg of laat moet ontaarden in standrechtelijke executies in de fractiekamer. Nou daar was in Teuge niets van te merken. Binnen de groep heerst een onvoorstelbare kennis op talloze terreinen in combinatie met een levenswijsheid en relativisme die met de jaren is opgebouwd. Onderling ruzie maken, laten we graag aan de andere partijen over.

Voor Martin van Rooijen heb ik een zwak. Hij staat op plek drie. Hij is 74 jaar en zo gezond als een vis en met een jaloersmakende, spirituele geest. In 1973 werd hij op zijn 31e voor het CDA-staatssecretaris van Financiën in het kabinet Den Uyl. Nog steeds de jongst benoemde bewindspersoon. Nu is hij senator en na 15 maart waarschijnlijk lid van de Tweede Kamer wat hij al eens eerder was. Dan wordt hij de oudste, beëdigde volksvertegenwoordiger aller tijden en zal hij als vermaard pensioendeskundige de concurrentie in de de Grote Zaal in het Kamergebouw een lesje in rekenen geven.   

In de media wordt 50PLUS met enige regelmaat afgezeken. Dat overkomt mij als kandidaat op plek zeven ook. Daar moet je niet moeilijk over doen. Negatieve publiciteit is ook publiciteit.

Ouderen worden ook vaak weggezet als de rijkste groep Nederlanders met een fantastisch pensioen: we moeten niet zo zeuren, de jongeren hebben het juist moeilijk.

Nogal wiedes dat de ouderen veel meer vermogen hebben opgebouwd: ze hebben er veertig jaar of langer voor gewerkt. Maar dat vermogen zit veelal in steen, dus de senioren zijn steenrijk. Maar je huis kun je meestal niet contant maken, omdat het alternatief, een (service)flat, vaak net zo duur, of zelfs duurder is. En het bejaardenhuis oude stijl is afgeschaft. De volgende halte na uw woning is het verpleegtehuis en daar kunt u pas terecht als u geestelijk en/of lichamelijk totaal versleten bent. Het is hotel Terminus, eindstation en voorportaal tot het onvermijdelijke einde.

De gemiddelde spaarpot van senioren bedraagt 20.000 euro. Menigeen houdt dit geld achter de hand voor de laatste handeling: het definitieve afscheid van moedertje aarde.  Want daar willen zij, als goede rentmeesters, niet anderen mee opzadelen.

Het gemiddelde pensioen in ons land bedraagt 600 euro netto per maand. Opgeteld met de AOW moeten de meeste ouderen rondkomen van 2.000 euro netto per maand en vaak minder. Als je ook nog in een huurwoning woont, is dat zeker geen vetpot. Maar als een van de partners wegvalt, halveert jouw AOW en krijg je nog 70% pensioen, maar de kosten worden niet gehalveerd. Tenzij u in een halve auto kunt rijden.  Er zijn honderdduizenden alleenstaanden die elke maand niet meer dan 1200 euro vrij hebben te besteden.

Het meest beschamende was deze week een column op RTLZ. De schrijver was verbaasd dat een tentoonstelling in de Hermitage in Amsterdam vooral werd bezocht door 65plussers die zomaar de entreeprijs van €17,50 konden betalen. Dus ze zouden niet zo arm zijn!

Hoe dom ben je om dit op te schrijven. Alsof ouderen niet naar het museum mogen? Ze hebben trouwens meestal een museumjaarkaart en als senioren niet meer naar de musea kunnen gaan, gaan deze musea allemaal failliet. Of doen een beroep op de subsidiepot.

De criticasters van 50PLUS zijn vrijwel altijd hoogopgeleiden (de zogeheten intellectuele elite). Laagopgeleiden zullen nooit zo badinerend over hun ouders spreken.

Ik mijmer weleens over deze scribenten: zijn zij niet met zorg en liefde opgevoed? Hebben hun ouders hen nooit iets toegestopt voor de studie, de aankoop van hun eerste huis of een schenking? Hebben hun ouders nooit op de kleinkinderen gepast zodat beide partners kunnen werken en de peperdure kinderopvang ontlopen. Hangen deze ‘jongeren’ niet elke week aan de bar in de sportkantine in de wetenschap dat die ouwe vrijwilliger de biertjes tapt.

Ach, laat ze maar schrijven. Het maakt 50PLUS alleen maar sterker. Presley Bergen, kandidaat nummer 12 en docent aan de Hogeschool in Breda maakte misschien wel de mooiste opmerking tijdens onze trainingsweek in Teuge:

‘50PLUS is de toekomst met het langste verleden’.

 

7
7

Naast vader en echtgenoot kent het breed publiek mij van de wekelijkse huishoudpagina in De Telegraaf. Hier schreef ik tussen 2001 en maart 2016 liefst 758 afleveringen van de wekelijkse en zeer populaire huishoudrubriek. Nu ben ik voor mezelf begonnen met de Huishoudbode. Misschien wel de meest omvangrijke website in en rond het huis.