lijkkist

Een mooie dood

Het kleine meisje bekeek aandachtig de lijkkist toen deze plechtig in de auto werd geschoven. In de kist lag haar overgrootmoeder. De peuter zei met zachte stem: ‘Nu is ze heel dood he?’

Het meisje van vier jaar gaf mijn even oude kleinzoon Olivier een hand en deed een stapje terug.

De overleden vrouw werd op een paar weken na negentig jaar. Haar sterven was geen verrassing, maar het blijft natuurlijk een verdrietige zaak.

Het meisje en Olivier mochten bij de begrafenis aanwezig zijn en ook bij alle voorbereidingen. Dat zou ik ook iedereen met kleine kinderen aanraden, want toen mijn vader bijna 25 jaar geleden overleed, besloot de familie om een of andere reden dat de stuk of zes piepjonge kleinkinderen niet mee mochten naar het afscheid. Mijn oudste dochter Bernadette, toen net zeven jaar, is daar tot op de dag van heden beledigd over en terecht. Nu is ze de moeder van Olivier.

Olivier en het kleine meisje vonden de begrafenis, afgelopen donderdag,  een uitje. Ze stonden aan weerszijden van de lijkkist toen deze nog geopend was en streelden over de kleding van de oude dame die er keurig bij lag. Ze waren er niet bij weg te slaan. Tijdens de dienst die meer dan een uur duurde, waren ze onvoorstelbaar lief. Olivier zit op een christelijke school en kende al enkele liedjes zoals ‘De Heer is Mijn Herder’.

Op het moment dat de kist zakte, stonden de dreumesen hand in hand helemaal vooraan. Het kon hen niet lang genoeg duren, terwijl wij enorm veel zin in koffie hadden of nog beter een borrel. Want het was afgelopen donderdag ook nog waterkoud.

Een begrafenis op het platteland is niet te vergelijken met in de stad. Daar kwam ik 45 jaar gekeken achter toen ik als stadse jongen verkering kreeg met een meisje van het vlakke land. Bij een condoleance komen zelfs vrienden van de nabestaanden om respect te betonen, terwijl ze de overledene nauwelijks kennen.  Toen de rouwstoet twee dagen geleden door het dorp en langs het huis van de overledene naar de laatste rustplaats reed, stopte elke tegenligger uit respect.

Mij kennen ze in de Betuwe ofschoon ik me dat vaak niet realiseer. Ze kennen me van de krant, van de televisie en van het feit dat ik kandidaat ben voor 50PLUS voor de verkiezingen van 15 maart. Tijdens de condoleance grapte ik tegen mijn vrouw dat ik folders had meegenomen om tijdens de condoleance in het bejaardentehuis uit te delen. Ik bedoel, in een disco hoef ik me niet te vertonen. Ze werd witheet van woede: ‘Als je dat doet…’ Een neef bezweek bijna van het lachen. Want bij een afscheid mag er naast verdriet ook wel gelachen worden. Althans, ik hoop dat ze dat bij mij doen als ik aan de beurt ben.

Een man van in de tachtig schudde mijn hand. Ik kende hem niet.  ,,Ik ga op je stemmen. Ik ben weduwman en heb een pensioentje van 250 euro per maand en dat is echt geen vetpot.”

Ik vroeg hem wat hij vroeger voor werk deed. Hij antwoordde: ,,Ik had een stuk of 400 man onder me.”

,,En dan zo weinig pensioen?”

,,Ja, ik was grafdelver.”

Tijdens een begrafenis kom je ook mensen tegen die je tientallen jaren niet hebt gezien. Het is een soort memory lane.

,,Ken je me nog?” vroeg een man van achter in de zeventig?”

Hem kende ik vanwege zijn markante hoofd. ,,Jij bent Gertje van Soest. Je woonde schuin tegenover Wes die we een paar maanden geleden hebben begraven.”

Hij antwoordde met ‘krek’, of wel precies.

Gertje werd in 1965 kolenboer. Nam de zaak van zijn vader over. Hij zei: ,,Er was wel aardgas bij Slochteren gevonden maar de experts zeiden dat kolen nog vele tientallen jaren verkocht zouden worden. Nou, tien jaar later was het helemaal over.”

Op de begrafenis kwam ik ook mijn jongste broer met zijn vrouw tegen. We hebben jarenlang een kamer thuis gedeeld. Dat schept een band. Hij deed de boekhouding voor de overleden dame. En dan hoor je in een ‘durp’ acte de presence te geven. Natuurlijk stemt hij ook op mij ofschoon hij normalter een VVD’er is. Hij doet ook al een jaar of dertig onze belastingaangifte. Hij weet alles van pensioenen en tijdens de wandeling naar het graf fluisterde hij. ,,Het is vreemd dat heel veel werknemers heel weinig pensioenpremie hoeven te betalen en dus ook weinig krijgen. Hen wordt nooit gevraagd hoeveel zij eigenlijk elke maand aan premie willen betalen en zelf vragen ze er ook nooit om.”

Bij de koffie, de broodjes en de soep legde hij uit dat het totale onzin is dat jongeren straks misschien minder pensioen krijgen. ,,Als jongeren verstandig zijn, lossen ze zo snel mogelijk hun laagrentende hypotheek af.  Als je rond je zestigste geen woonlasten meer hebt, ben je spekkoper. Dan heb je ook minder aanvullend pensioen nodig.”

Olivier en het kleine meisje bogen zich na de begrafenis over een iPad. De mensen keerden huiswaarts.

Olivier zei tegen mij: ‘Opa, is het feest nu afgelopen?’

 

5
5

Naast vader en echtgenoot kent het breed publiek mij van de wekelijkse huishoudpagina in De Telegraaf. Hier schreef ik tussen 2001 en maart 2016 liefst 758 afleveringen van de wekelijkse en zeer populaire huishoudrubriek. Nu ben ik voor mezelf begonnen met de Huishoudbode. Misschien wel de meest omvangrijke website in en rond het huis.