regeringsbrood

Regeringsbrood

In de Tweede Wereldoorlog werd zogeheten regeringsbrood verkocht. Waarom heette dit zo?

Het regeringsbrood stamt uit de Eerste Wereldoorlog. Nederland was neutraal maar er was wel voedselschaarste. Zo was er een tekort aan tarwe en kregen de bakkers minder en slechter meel en gist. Het kabinet Cort van der Linden besloot in 1916 onder minister Folkert Posthuma van Voedseldistributie dat brood op de bon moest.

Door het tekort aan grondstoffen werd ook de samenstelling veranderd. Zo werd het brood vooral van roggemeel, aardappelmeel en peulvruchtenmeel gemaakt. Het was zwaarder, anders van kleur en smaakte zuur en klef. In de Eerste Wereldoorlog was ook vlees op de bon (eenheidsworst) en koek (volksbiscuit). In de Tweede Wereldoorlog gingen heel veel eerste levensbehoeften op de bon. Bovendien werden de ingrediënten vervangen door surrogaten. Ook na de Tweede Wereldoorlog werd het regeringsbrood door bakkers verkocht. Het was toen beter van kwaliteit maar goedkoper en uitsluitend in de kleuren wit en bruin. Dit heeft tot in de late jaren vijftig van de vorige eeuw geduurd.

Overigens werd de pro-Duitse minister Posthuma in 1943 in zijn woning in Vorden door verzetsstrijder Jan Verleun geliquideerd. Zijn naam leeft nog voort in Posthumacake, het regeringsbrood uit de Eerste Wereldoorlog.

1
1

Naast vader en echtgenoot kent het breed publiek mij van de wekelijkse huishoudpagina in De Telegraaf. Hier schreef ik tussen 2001 en maart 2016 liefst 758 afleveringen van de wekelijkse en zeer populaire huishoudrubriek. Nu ben ik voor mezelf begonnen met de Huishoudbode. Misschien wel de meest omvangrijke website in en rond het huis.